Blik op olie en gas

Blik op olie en gas

Een nieuwe twee wekelijkse podcast met Remco de Boer en Hans van Cleef over de altijd spannende wereld van olie en gas.

Posted in Geen categorie | Leave a comment

The deteriorating outlook for Dutch small natural gas fields

Jilles van den Beukel and Lucia van Geuns

HCSS, 27-1-2020

The forecasts for Dutch gas production from small fields (that is all fields apart from Groningen) that are currently used by the Dutch ministry for economic affairs and climate show a relatively gentle decline and still have a 2030 production of about 10-12 bcm. How realistic are these forecasts, given that small fields production has decreased significantly over the last decade and the view of Dutch society on natural gas production has dramatically changed due to earthquakes in the giant Groningen field and climate change? That is the key question that we want to address in this paper.

Our mid-case expection is that yearly production in 2030 will be as low as 5 bcm; considerably less than the 10-12 bcm expected by the Dutch government. This official estimate does not take into account that the investment climate for Dutch gas producers has significantly deteriorated.

There are several reason for the fast decline of Dutch gas production from small fields:

– Geology: older and larger fields, found in the 1980s, declining

– International: increasing competition from LNG, lower gas prices

– Specifically Dutch: long procedures to obtain permits, tax regime worse than in the UK, little political support for measures to stimulate Dutch gas production

Many people feel that opposing Dutch gas production helps the fight against climate change. The opposite is true. Within the EU Dutch gas is now being replaced by Russian piped gas and LNG, resulting in emissions of greenhouse gases that are about 30% higher (e.g., due to methane leakage) compared to Dutch gas. This negates all progress that is being made by increasing the share of solar and wind in the Dutch power mix.

Read the full paper on the HCSS website

Posted in Geen categorie | Leave a comment

Red de Nederlandse gasproductie (met het oog op het klimaat)

Jilles van den Beukel en Lucia van Geuns

Draft Opinieartikel

 

De voorspellingen voor de toekomstige Nederlandse gasproductie uit kleine velden, zoals die nu door het ministerie van Economische Zaken en Klimaat gebruikt worden, laten een geleidelijke afname zien en komen uit op een productie die in 2030 nog steeds ongeveer 10-12 miljard kuub per jaar bedraagt.

Hoe realistisch zijn deze voorspellingen, in het licht van de snelle afname van de productie de laatste jaren en de verminderende maatschappelijke acceptatie van gas? Deze vraag staat centraal in onze recent bij HCSS gepubliceerde studie over de toekomst van de Nederlandse gasproductie.

(Note: HCSS studie komt maandag 27 januari uit. Preview op https://jillesonenergy.wordpress.com/miscellaneous/ )

Prognoses voor de toekomstige productie uit kleine velden hebben deze de laatste 10 jaar steevast overschat. Blijkbaar zijn gasproducenten in Nederland niet meer in staat ten volle gebruik te maken van de mogelijkheden die de geologie hen biedt. Een relatief hoge belastingdruk speelt mee. Maar het grootste probleem zijn de langdurige procedures. Tussen het vinden van een veld en de start van de productie verstrijkt in Nederland nu soms wel twee keer zo veel tijd als in Engeland of Noorwegen.

Het investeringsklimaat voor gasproducenten in Nederland is minder aantrekkelijk geworden dan in veel andere landen. Het aantal putten dat nu geboord wordt is 80% minder dan 10 jaar geleden, terwijl schattingen van de resterende, nog niet ontwikkelde, reserves op een relatief constant niveau bleven.

Het overschatten van de toekomstige productie uit kleine velden is op te lossen. Neem aan dat sommige ogenschijnlijk aantrekkelijke projecten niet worden gerealiseerd of er veel langer over doen dan gepland. Kalibreer dat vervolgens aan de track record van gasproducenten over het laatste decennium, zoals EBN dat in een recent gepubliceerde studie deed. Met deze methode komt een schatting voor de toekomstige productie uit kleine velden in 2030 uit op slechts 5 miljard kuub per jaar.

Maar wat als de trend van een verslechterend investeringsklimaat zich verder voortzet? Met de nieuwe mijnbouwwet zijn procedures meer tijd gaan kosten. Locale overheden procederen veelal door tot aan de Raad van State, ook al weten zij dat de kans op succes nihil is. Het afgelopen halfjaar lag een groot aantal projecten, ook offshore, stil vanwege de stikstofproblematiek.

De huidige lage gasprijzen maken het voor Nederlandse gasproducenten moeilijker om geld los te krijgen van investeerders of een buitenlands hoofdkantoor. Nederland lijkt het vertrouwen in gasproducenten verloren te hebben maar omgekeerd is dat ook het geval.

Er mogen dan wel interessante mogelijkheden zijn voor exploratie in de offshore; straks zijn er geen geïnteresseerde bedrijven meer om ze aan te boren. In dat geval dreigt de productie onder het kritische volume te komen dat nodig is om de kosten te dragen van een offshore pijpleidingsysteem en kan de offshore productie snel naar nul zakken.

De dalende Nederlandse gasproductie leidt tot een snelle toename van de import van gas. Want onze gasconsumptie daalt helemaal niet. In West Europa wordt kolen nu in rap tempo vervangen door gas; meer om commerciële dan om politieke redenen. De sluiting van nucleaire centrales komt daar boven op.

De afgelopen jaren nam de export van Russisch gas naar Europa toe van ongeveer 140 naar 200 miljard kuub per jaar. De LNG import terminal op de Maasvlakte draait sinds een jaar op volle toeren. Naar onze inschatting zal Nederland in 2030 jaarlijks tussen de 30 en 40 miljard kuub gas gaan importeren.

De totale uitstoot van broeikasgassen, van productie tot consumptie, is voor Russisch gas en VS schaliegas zo’n 30% hoger dan die voor Nederlands gas. Het binnen de EU vervangen van Nederlands gas door Russisch gas doet al de vooruitgang door een hoger aandeel zon en wind in de Nederlandse elektriciteitsproductie volledig teniet, althans als men naar de wereldwijde emissies kijkt. Het speelt in de besluitvorming tot nu toe geen enkele rol, gezien onze fixatie op nationale emissiedoeleinden.

Er zou in Nederland een meer actief en efficiënt beleid gevoerd moeten worden om een ineenstorting van de Nederlandse gasproductie te voorkomen. Ook met het oog op het klimaat.

 

Jilles van den Beukel is geofysicus en energieanalist; Lucia van Geuns is adviseur energie bij The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS).

Posted in Geen categorie | Leave a comment

Een gamechanger voor Apache (en Suriname)

IEX, 14-1-2020

Apache, een middelgroot Amerikaans oliebedrijf, heeft met de Maka Central-1 put een groot olieveld gevonden voor de kust van Suriname. Uit de informatie die tot nu toe naar buiten is gekomen, kan men afleiden dat deze vondst een gamechanger is voor Apache die mogelijk nog niet volledig is verwerkt in de koers van het bedrijf. Total had er uitzonderlijk veel voor over om zich hier voor 50% te kunnen inkopen.

Guyana.  Een paar maanden geleden schreef ik voor Energeia (de energienieuwsdienst van het FD) een achtergrondartikel over de zoektocht naar olie in Suriname. In buurland Guyana vond ExxonMobil (operator met een 45% aandeel; partners zijn hier Hess en het Chinese CNOOC) in 2015 het Liza veld. Het was de eerste van de 15 ontdekkingen die ExxonMobil tot nu toe hier gedaan heeft; een ongekend succes. De totale hoeveelheid olie die hier gewonnen kan worden is nu opgelopen tot meer dan 6 miljard vaten. Wereldwijd was dit met afstand het grootste succesverhaal in de exploratie naar nieuwe olievelden van de afgelopen 5 jaar.

Liza produceert sinds enkele weken en dit jaar zal de productie oplopen naar 120.000 vaten per dag. Met Liza fase 2 en Payara zal de productie in 2023 naar verwachting zijn opgelopen tot 560.000 vaten per dag. Per inwoner zal Guyana dan meer olie produceren dan Koeweit.

Maka Central-1.  De successen in Guyana leidden tot een grote interesse in het zoeken naar olie in deepwater Suriname. Verschillende grote namen zijn hier nu actief zoals Equinor, Tullow, Apache, Chevron, Kosmos, Petronas en ExxonMobil. Recent werden er door deze bedrijven 5 putten geboord; alle zonder succes. Daarin is nu verandering gekomen.

Apache bracht op 7 januari in een persbericht naar buiten dat de Maka Central-1 put op 2 verschillende niveaus olie had gevonden: 50 meter lichte olie en condensaat op een ondieper niveau (Campanian) en 73 meter middelzware olie op een dieper niveau (Santonian).  Een derde interval waar zich hier olie zou kunnen bevinden (Turonian) was op dat moment nog niet bereikt; duidelijk werd nu dat dit interval pas met een volgende put zal worden getest. Maka Central-1 bevindt zich op slechts een tiental kilometers van de grens met Guyana (zie ook de figuur aan het einde van het artikel).

Deze aankondiging werd voorafgegaan door een aantal hectische weken voor Apache. In eerste instantie werd begin december meegedeeld dat men met de Maka put door zou boren naar een dieper interval. De markt wist niet goed hoe dit in te schatten; was het een positief teken dat er in de bovenste twee niveaus iets gevonden was (maar hierover was nog niets specifieks bekend) of was het een negatief teken dat men ging doorboren naar een dieper interval (wellicht omdat de resultaten tot dan toe teleurstelden). Het tweede gevoel overheerste en de koers daalde.

Eind december volgde een aankondiging dat oliegigant Total zich voor 50% had ingekocht in de licentie (blok 58) waarin de Maka put zich bevindt. Na drie exploratieputten (waarvan de Maka put de eerste is) zal Total operator worden. Hierop werd het koersverlies van begin december volledig ongedaan gemaakt om vervolgens, na de aankondiging van de resultaten van de Maka put, verder door te stijgen.

Een gamechanger.  Normaal gesproken is het moeilijk voor een analist om in deze vroege fase de beperkte resultaten die naar buiten worden gebracht op waarde de schatten. In dit geval zijn er twee elementen die wijzen op een gamechanger: voor Apache én voor Suriname.

Ten eerste weten we nu de totale netto dikte van de oliekolom die nu is gevonden: een indrukwekkende 123 meter. Dat het hier geen zware olie betreft is uitermate belangrijk: de productie per put voor zware olie is veel lager en dus zijn de break even kosten per vat olie veel hoger. Een deepwater veld met zware olie wordt mogelijk niet eens ontwikkeld. Deze kolom is groter dan de 90 m van de put die Liza ontdekte. Gezien de nabijheid van Liza, en het vergelijkbare interval en de vergelijkbare diepte waarop olie gevonden is,  lijkt het goed mogelijk dat de reservoir permeabiliteit (die bepaalt hoe makkelijk olie door een reservoir stroomt en daarmee grote invloed heeft op hoeveel een put produceert) ook vergelijkbaar is. Gebaseerd op de volumes van de Guyana velden is het waarschijnlijk dat alleen de bovenste 2 niveaus in het door de Maka Central 1 put ontdekte veld tenminste enige honderden miljoen vaten winbare olie bevatten (en mogelijk gaat dit richting een miljard).

Ten tweede weten we meer details van de overeenkomst tussen Apache en Total. Een analist heeft slechts een persbericht; een minieme fractie van de data waarover een oliebedrijf beschikt bij de evaluatie. Total heeft al die data wel ter beschikking gehad bij het voorbereiden van de deal met Apache. De details van die deal geven aan hoeveel Total er wel niet voor over had om zich hier in te kopen. Daarbij gaat het niet om de vergoeding van de tot dan toe gemaakte kosten, de eenmalige uitkering van 100 miljoen dollar of de royalties (tot $0.50 per vat) maar om de uitzonderlijk hoge cash carry.

Een cash carry houdt in dat een koper een gedeelte van de kosten van de verkoper betaalt bij het ontwikkelen van de olievelden (een fase die veel meer kapitaal vereist dan de exploratie). Van de eerste 10 miljard dollar aan totale kosten betaalt Total geen 50% maar 87.5% (75% van de volgende 5 miljard dollar en 62.5% van alles boven de 15 miljard dollar). Het betekent dat van de eerste 15 miljard dollar aan ontwikkelingskosten Total er maar liefst 12,5 miljard betaalt, Apache slechts 2,5 miljard.

Het geeft aan dat Total dit gebied ziet als bijzonder aantrekkelijk. En dat dit blok nu voor Apache, als het inderdaad tot een development van bv 15 miljard dollar komt, vele miljarden dollars meer waard was dan voor Total. Dergelijke kosten van 15 miljard dollar zijn niet denkbeeldig. De kosten voor Liza zijn geraamd op 10,5 miljard dollar. En dat is slechts het eerste van meerdere projecten die er in Guyana aan zitten te komen.

Apache lijkt daarmee aantrekkelijk.  Ten opzichte van november 2019 is de marktwaarde van Apache, bij een huidige koers van rond de 32 dollar, met ongeveer 3 miljard gestegen tot 12 miljard dollar. Daarmee lijken de resultaten van de laatste put nog niet volledig in de koers verdisconteerd. Als er maar een fractie van de huidige serie van de ExxonMobil successen in Guyana hier in Blok 58 in Suriname herhaald wordt, zal een belang van 50% in dit blok, zeker met de cash carry voor Apache, op den duur een hogere koersstijging rechtvaardigen. Mogelijk wordt het bedrijf een overnamekandidaat voor een van de majors.

Het 30% belang van Hess in de ExxonMobil concessie in Guyana is nu verantwoordelijk voor een substantieel deel van de 20 miljard markwaarde van Hess. Dat de koers van dit bedrijf, verder vooral actief in VS schalieolie, het afgelopen jaar als vrijwel enige VS independent niet substantieel in waarde daalde, is alleen aan dit belang te wijten.

De Noble Sam Croft, die voor Apache de Maka Central-1 put boorde, gaat nu aan een volgende put beginnen: Sapakara West-1. Als men nu bij Apache de sleutel voor het ontdekken van olievelden hier gevonden heeft, zoals ExxonMobil dat deed in 2015, is een serie van successen goed mogelijk.

Zonder risico’s is dit niet. Amerikaanse oliebedrijven, met name de bedrijven actief in schalieolie, hebben het in 2019 bijzonder slecht gedaan. Het is geen gegeven dat deze neerwaartse ontwikkeling van de koersen voorbij is. Apache is actief in schalieolie, met name in West Texas, maar is ook actief in conventionele olie. Binnen de olie- en gaswereld staat het bekend als een lage kosten operator van conventionele olie velden in bv de UK en Egypte. Het keert, in tegenstelling tot de niche schalieolie bedrijven, een significant dividend uit (met een dividendrendement van 3-4%). Het bedrijf heeft de laatste tijd moeite de productie op peil te houden.

Apache is geen ervaren operator van deepwater velden. Wat dat betreft is het een goede ontwikkeling dat Total, waar deze ervaring wel ruimschoots voorhanden is, de operator zal zijn bij het ontwikkelen van de deepwater velden in Suriname.

Zoals bij elk oliebedrijf vormt  klimaatverandering, en de maatregelen die sommige landen mogelijke gaan nemen om olieproductie te bemoeilijken, een risico. Het is niet het soort bedrijf waarin men een substantieel deel van de portefeuille moet aanhouden. Maar als u geïnteresseerd bent in beleggen in olie en gas en wat geld over heeft voor een high risk high reward opportunity dan zou Apache (APA op de beurs van New York) aantrekkelijk kunnen zijn. Koop het aandeel niet voor de korte termijn maar voor een tijd van pakweg 4 jaar; de tijd die nodig is om een aantal verdere exploratie putten te boren en de tijd die naar verwachting zal verstrijken voordat de productie daadwerkelijk begint.

IEX 2020 1 Suriname and Guyana kaart

Posted in Geen categorie | Leave a comment

Een ongelukkig vonnis

Energeia, 2-1-2020

Duizend miljard euro. Zo hoog is de rekening van de Energiewende voor de Duitsers en tot een substantiële vermindering van de emissies van broeikasgassen heeft het tot nu toe niet geleid. Het stilleggen van goed functionerende kerncentrales is een stap terug en werd vooral ingegeven door electorale overwegingen; de weerstand onder de Duitsers tegen kerncentrales is blijvend.

Toch durf ik de Energiewende een succes te noemen. De grote Duitse vraag naar zonnepanelen en windturbines droeg in belangrijke mate bij tot de dramatische kostendalingen van elektriciteit uit zon en wind. Dat is échte vooruitgang en vergroot de kans dat we de doelstellingen van Parijs gaan halen.

Of wij die doelstellingen uiteindelijk gaan halen zal niet in Europa worden bepaald maar in Afrika, het enige continent waar een snelle groei van de bevolking nog niet gestopt is, of in Azië waar een land als China, met 1,3 miljard inwoners, ondertussen een hogere uitstoot per hoofd van de bevolking heeft dan de EU. Wat Nederland doet is qua emissies vrij irrelevant. Dat ontslaat ons niet van een inspanningsverplichting. Maar onze rol is die van voorhoede en het perfectioneren en goedkoper maken van technieken die ons wereldwijd een kans geven.

Na zon en wind is een volgende opgave om te gaan met de wisselvalligheid van zon en wind en een oplossing te vinden voor die toepassingen waar een hoge energiedichtheid essentieel is. In hoeverre dit zal plaatsvinden met accu’s of met energiedragers als waterstof valt te bezien. Maar het is op zoiets dat wij ons moeten richten; niet op een op de korte termijn zo snel mogelijk terugdringen van onze nationale emissies.

 

Zo’n criterium centraal te stellen is net zo kortzichtig als het beoordelen van het management van een bedrijf op de winst van volgend jaar. Het gaat om de winst op lange termijn en – inderdaad – het gaat ook niet alleen om de winst.

 

Van het voor ons liggende klimaatakkoord kan men, net als bij de Energiewende, van alles opmerken. Een systeemtafel, of regering, waar alle eindjes aan elkaar werden geknoopt werd node gemist. Voor schrijver dezes die ooit leefde in een land waar het overlevingsmodel van de president was om van alles Chefsache te maken is het nog steeds frappant dat voor een Nederlandse eerste minister het politieke overlevingsmodel kan zijn om juist van niets Chefsache te maken.

Het klimaatakkoord en het kabinetsbeleid inzake klimaat krijgen veel kritiek; voor de populisten gaat het veel te snel en voor groen links en NGO’s gaat het veel te langzaam. Ik kan mij vinden in de stelling van het kabinet dat het een redelijk compromis is.

De Hoge Raad denkt daar anders over en kiest daarmee partij. Dat is een ongelukkig vonnis. Complexe afwegingen tussen kosten, werkgelegenheid, leveringszekerheid en klimaat dienen gemaakt te worden door gekozen politici, niet door rechters. Niet alleen resulteert dit vonnis in een korte termijn en suboptimaal, zo niet averechts werkend, beleid; ook is het ronduit slecht voor het draagvlak van de energietransitie. Niet zonder reden kan men nu stellen dat de groene elite via de achterdeur een greep doet naar de macht.

Velen mogen dan hun blijdschap over dit vonnis hebben betuigd, de enigen die werkelijk reden tot tevredenheid kunnen hebben zijn de heren Wilders en Baudet.

Posted in Geen categorie | Leave a comment

Scenario’s voor de energietransitie

Energeia, 30-10-2019

Voorspellingen lopen het risico vast te zitten aan ons huidige wereldbeeld. In werkelijkheid zal onze kijk op de wereld, en de manier waarop wij met de wereld omgaan, diepgaand veranderen met de tijd. Veel dingen waarvan wij impliciet aannemen dat ze vanzelfsprekend zijn die zijn dat helemaal niet. Scenario’s zijn een manier zijn om ons te bevrijden van het keurslijf van ons wereldbeeld.

Alle grote olie- en gasbedrijven ontwikkelen scenario’s, veelal voor een termijn van 20 of 30 jaar. Het is geen toeval dat die termijn vergelijkbaar is met de levensduur van een olieveld wat men al of niet kam gaan ontwikkelen. Maar de Shell scenario’s hebben een zekere reputatie; zij begonnen hiermee als eerste en de scenario’s die Pierre Wack en zijn team rond 1970 produceerden over een mogelijke golf van nationalisaties en de oliecrises die daar op zouden kunnen volgen waren voor het bedrijf van grote waarde.

Een extrapolatie van bestaande ontwikkelingen in de jaren 60 leek totaal niet op wat er in de jaren 70 plaats vond in de oliewereld; een explosie van olieprijzen en het verlies van een groot deel van de assets door nationalisaties. Maar voor het meest waarschijnlijk geachte Shell scenario was dat wel het geval. Waarom zou een beperkt aantal olierijke landen doorgaan met het voor een minimale prijs verkopen van snel groeiende hoeveelheden olie die voor rijke landen essentieel waren en waarvoor geen alternatieve bron aanwezig was? Vroeger of later zouden ze daar mee ophouden.

Klimaatverandering.  Een grote disruptie zoals die in de jaren 70 is zeldzaam. De energietransitie waar we nu aan beginnen, gerelateerd aan de steeds duidelijker wordende klimaatverandering, is de eerstvolgende.

De in 2008 gepubliceerde Scramble en Blueprint scenario’s van Shell, hoe verschillend ook, hadden met elkaar gemeen dat een voortzetting van de business as usual case (steeds meer uitstoot van broeikasgassen door de verbranding van fossiele brandstoffen) als niet realistisch werd gezien. Ooit moest er een ontwikkeling komen zoals die nu plaatsvindt na het verdrag van Parijs; de vraag was niet of maar wanneer. De huidige wereldwijde toename van elektrische auto’s komt vrijwel exact overeen met die in deze scenario’s.

Scenario’s kunnen ontaarden in een grabbelton van allerlei ideeën. Zinvoller is het als zij een beperkt aantal centrale thema’s definiëren. Scramble stelde zich een wereld voor waarbij nationale belangen de overhand houden; Blueprint een wereld waarin samenwerking tussen landen werkelijk van de grond komt. Voor het eerst werd ook de hoop uitgesproken dat een bepaald scenario, in dit geval Blueprint, zou prevaleren.

Het klopt dat Shell toen niet gelijk is begonnen met grootschalige investeringen in electricity retail of offshore wind. Voorlopen op de maatschappij valt voor een groot privaat bedrijf buiten de beleidsrealiteit. Achterlopen net zo goed. Maar dat een bedrijf als Shell het sinds ongeveer 10 jaar rustig aan doet met investeringen in het zoeken naar nieuwe velden is een anticiperen op een naderende, en relatief snelle, energietransitie. ExxonMobil ging (en gaat) uit van een langzamer energietransitie en kende deze terughoudendheid in de investeringen in nieuwe velden niet.

Waarom doen overheden dit niet?  Zou de overheid ook niet dit soort lange termijn scenario’s moeten maken? Hoe waardevol het klimaatakkoord ook is; het is een roadmap die sterk leunt op wat er nu mogelijk is en waarin Nederland het centrum van de wereld lijkt. Geen oorlogsplan overleeft het contact met de vijand.

Hoe het energiesysteem van de toekomst er ook gaat uitzien, het lijkt me aannemelijk dat er een grootschalig internationaal transport van energiedragers zal zijn. Een land als Australië kan de huidige aardgasproductie vervangen door de productie van waterstof met renewables en die naar China of Japan exporteren. Een land als Noorwegen kan aansturen op een grootschalige opslag van CO2 in aquifers.

Het enthousiasme over de prijsdalingen van elektriciteit uit zon en wind maskeert soms dat we totaal niet op weg zijn richting 1,5 of 2 graden en dat de nationale toezeggingen van vele landen, volgend op het Parijse akkoord, weinig betekenisvol zijn. De Europese landen zijn hier de uitzondering. Het lijkt dan ook onvermijdelijk dat het klimaat de komende 30 jaar één of meerdere tipping points zal bereiken qua ijskappen of circulatiepatronen in atmosfeer of oceanen. De vraag is niet zozeer of, maar wanneer, en welke. Zal dit een nog sterkere backlash geven tegen olie- en gasbedrijven?

Accepteren mensen die deel uitmaken van een oude economie dat hun verdienmodel de nek om wordt gedraaid? Een grotere polarisatie, tussen mensen en tussen landen, is een reëel scenario. Hoe gaan we om met de landen die niet of nauwelijks meedoen met de strijd tegen klimaatverandering?

Het is zinvol dat wij gaan nadenken over mogelijke scenario’s – om beter voorbereid de toekomst in te gaan. Gaat geoengineering plaats vinden in internationaal verband of hakt een land als China zelf die knoop door? De wereld in 2050 zal er anders uitzien dan wij nu verwachten. Of zelfs ook maar voor kunnen stellen.

Posted in Geen categorie | Leave a comment

Wat men over Groningen niet hardop zegt

Energeia, 30-9-2019

Het seismische risico is op dit moment in Loppersum vergelijkbaar aan dat in Wenen, zo stelt minister Wiebes in een uitgelekte brief aan een aantal burgemeesters. Hij had ook Roermond als voorbeeld kunnen gebruiken. Of Brussels. Of Bern.

Dat zoiets verbazing wekt geeft aan hoezeer perceptie en werkelijkheid uit elkaar zijn komen te liggen als het om aardbevingen in Groningen gaat. Maar opmerkelijk is ook dat hij deze uitspraak niet in het openbaar doet. Had hij dit in het achterhoofd toen hij zich ooit “bevinkje” liet ontglippen?

De ruim 2000 schademeldingen in 2012, na Huizinge, betroffen voor een groot deel schade door die beving. Er was een duidelijke correlatie tussen de locaties van de schademeldingen en de locatie van deze beving, de grootste tot nu toe.

De ongeveer 40000 schademeldingen in 2015 en 2016, jaren waarin de vrijgekomen seismische energie een fractie was van die in 2012, hadden voor een groot deel weinig of niets met bevingen te maken. Hun locatie vertoonde geen enkele correlatie met de sterkste bevingen in die jaren – of met een eerdere, veel sterkere beving zoals Huizinge. Maximale grondbewegingen door bevingen waren op veel plaatsen kleiner dan die door andere oorzaken zoals verkeer of werkzaamheden.

Dat betekent niet dat deze meldingen geen schade betroffen. Het is alleen vaak schade gerelateerd aan slechte funderingen, onregelmatige zettingen en variaties in het grondwaterpeil. Aan dat laatste draagt de gaswinning zeker bij – al is het ook niet de enige component.

Aardbevingen zijn een overschatte oorzaak van schades in Groningen, variaties in het grondwaterpeil een onderschatte. Veel aardwetenschappers en ingenieurs die zich hiermee bezig houden zijn zich daar ook best van bewust maar passen er voor dit in te brengen in de publieke discussie – gezien de gespannen atmosfeer rondom deze problematiek. De minister is niet de enige die soms niet het achterste van de tong laat zien in dit dossier.

Voor de schadeafhandeling maakt dat, gezien de omkering van de bewijslast, niet uit. Bewijzen dat de gaswinning niet op zijn minst bijdraagt aan een schade is veelal onmogelijk. Dat mag dan op papier rechtvaardig lijken; in de praktijk heeft het geleid tot een uitermate moeizaam systeem waarin de juridische en een beste (maar zeer onzekere) schatting van de technische toerekenbaarheid vaak ver uit elkaar liggen. Geld wordt vooral besteed aan overheads, inspecties en het cosmetisch herstellen van scheuren. Een algemene uitkering zoals voorgesteld voor de waardedaling van huizen, gebaseerd op simpele parameters als postcode, lijkt voor alle partijen een betere oplossing.

Met het door de dalende gasproduktie snel afnemende seismische risico is een grootschalige versterkingsoperatie zinloos geworden. Het aantal huizen dat niet aan de veiligheidsnorm voldoet zal na het stoppen van de gaswinning in 2022 dicht bij nul liggen.

Als men binnen EZK communiceert dat het zo snel mogelijk stoppen met de gasproduktie in Groningen onvermijdelijk zal leiden tot een herijking van de versterkingsoperatie weet de goede verstaander wat er bedoeld wordt. Ook in Wenen of Roermond versterkt men niet. Met de huidige snel kleiner wordende risico’s doorgaan met zo’n versterkingsoperatie is eerder een verkrampte poging tot wiedergutmachung dan een zinvolle bijdrage aan het welzijn van de mensen in Groningen. Of willen we gaan versterken enkel en alleen omdat dat vroeger in de lijn der verwachtingen lag?

Wetenschappers én bestuurders zijn terughoudend geworden om te zeggen wat er werkelijk aan de hand is in Groningen – uit angst om tegen het zere been van sommige Groningers te schoppen en de publiciteit en electorale consequenties die dat met zich meebrengt. Als we draagvlak willen verkrijgen voor verstandig en rationeel beleid is het nodig dat perceptie en werkelijkheid dichter bij elkaar komen te liggen. Met het niet duidelijk communiceren over wat er in Groningen speelt is niemand gebaat.

Gaat dit ooit veranderen? Wie weet. Dat het vervangen van Groningen gas door Russisch gas en LNG (met een 25-30% hogere carbon footprint) een substantiële verhoging betekent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen door Nederlandse activiteiten is ondertussen iets dat men wél hardop durft te zeggen.

De Nederlandse versie van het rapport dat ik met Lucia van Geuns schreef over Groningen (Groningen gas: het verlies van een license to operate) voor de Haagse denktank HCSS kan men hier downloaden.

Posted in Geen categorie | Leave a comment

De energietransitie als greep naar de macht

Energeia, 2-9-2019

Energie-Wende: Wachstum und Wohlstand ohne Erdöl und Uran. Het lukte me recent dit boek uit 1980 te bemachtigen. Het boek heeft geschiedenis geschreven: het introduceerde de term Energiewende. Het biedt een fascinerend beeld hoe alternatief Duitsland in die tijd tegen energie aankeek.

Het woord klimaatverandering komt in het boek niet voor. Ook aan milieuvervuiling werd nauwelijks aandacht besteed. De nadruk lag op zelfvoorzienendheid. Het energiesysteem waar men naar toe wilde was gebaseerd op een mix van kolen, zon/wind en biobrandstoffen. Zon en wind moesten niet door grote bedrijven geproduceerd worden maar door kleine, lokale, burgerinitiatieven. De afkeer van het kapitalisme loopt als een rode draad door het boek.

Centraal stond de strijd tegen nucleair. Kernenergie werd gezien als exponent van een kapitalistische technocratie waarin slechts plaats was voor grootschalige oplossingen. Daarnaast werd kernenergie gezien als gevaarlijk. Op de achtergrond speelde dat het bestaan van nucleaire wapens, en de reële mogelijkheid van een totale vernietigingsoorlog, door velen in die tijd gezien werd als het grootste probleem op aarde. De risico’s verbonden aan kernwapens straalden af op het vreedzame gebruik van kernenergie.

Op de tweede plaats kwam de strijd tegen olie. Olie stond voor twee dingen: multinationals (het meest onsympathieke gezicht van het kapitalisme) en Saoedi-Arabië. In de jaren 70 was de olieprijs gestegen van ongeveer 2 naar 40 dollar per vat; iets dat toen grote economische gevolgen had. Het afhankelijk worden van autocratische regeringen, die in snel tempo puissant rijk werden, maakte grote indruk.

Frappant is dat deze beweging er in slaagde in 30 jaar de hearts and minds van een meerderheid van de Duitsers te veroveren. In 2011 werd de uiteindelijke beslissing tot de Atomausstieg door de indertijd centrum rechtse regering van Angela Merkel genomen. De afkeer van kernenergie werd breed gedragen; van rechts tot links in het politieke spectrum. Het is het verlies aan maatschappelijke acceptatie dat leidde tot de Atomausstieg. Fukushima was slechts een welhaast welkome aanleiding.

Frappant is ook dat in die 30 jaar de Energiewende zich maar langzaam aanpaste aan de veranderende omstandigheden waarbij klimaatverandering het centrale probleem werd. Men bleef vasthouden aan een aantal specifieke kenmerken: de afkeer van nucleair, de tolerantie voor kolen en de voorkeur voor kleinschaligheid en lokale initiatieven.

De stelling dat niet vast staat dat de huidige opwarming van de aarde (vrijwel) geheel door menselijk ingrijpen komt is simpelweg onjuist. De stelling dat er, onder het mom van de energietransitie, ons soms ook een aantal andere politieke keuzes worden opgedrongen is echter zo gek nog niet.

Ik ben voor een energietransitie in engere zin waarbij het gaat om het eigenlijke probleem: het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. Daar moeten we eerder meer dan minder aan doen; voorlopig zijn we op weg naar een wereld die ongeveer 3 graden opwarmt. Om dit te voorkomen zullen we onze levensstijl fundamenteel moeten veranderen

Waar ik huiverig voor ben is de energietransitie als greep naar de macht en het aan boord van het energietransitieschip smokkelen van allerlei andere dingen (zoals dat in Duitsland gedaan is):

– het gaat niet om een irrationele hobby als een afkeer van kernenergie. Er kunnen heel goede redenen zijn om op korte termijn niet te veel in te zetten op kernenergie maar dat zijn vooral commerciële redenen.

– het gaat niet om een “rechtvaardiger samenleving” en het “failliet van het kapitalisme”. Dat er bij te betrekken leidt eerder tot een vermindering dan een vermeerdering van het draagvlak.

– het gaat niet om kleinschaligheid. Niks mis met kleinschaligheid maar ons gebruik aan energie is zo groot dat alleen grootschalige oplossingen echt zoden aan de dijk kunnen zetten.

– het gaat niet om duurzaamheid en de eindigheid van fossiele brandstoffen. Kolen kan nog vele eeuwen mee en de resterende reserves aan olie en gas zijn sinds 1980 alleen maar groter geworden (ondanks alle productie).

– het gaat niet om afhankelijkheid van landen als Rusland en Saoedi-Arabië. Een wijde verspreiding van reserves en technologische vooruitgang beperken hun macht.

Ik ben voor een breed scala van oplossingen: zon, wind, nucleair, CCS, etc. Wij kunnen het ons niet permitteren kieskeurig te zijn of veel energie te besteden aan het tegenwerken van andermans oplossingen.

Wij moeten van broeikasgas los. Dat kan betekenen: wij moeten van aardgas los. Dat hoeft niet (altijd). Blauwe waterstof is voor het klimaat net zo acceptabel als groene waterstof. Vooralsnog veel meer haalbaar en commercieel veel aantrekkelijker.

 

 

Posted in Geen categorie | 4 Comments

The great Dutch gas transition

Karel Beckman and Jilles van den Beukel

OIES (Oxford Institute of Energy Studies), July 2019

Introduction

The Natural Gas Programme at OIES has produced a significant amount of research over the past three years on the issue of the decarbonisation of the gas sector in Europe. We have highlighted the challenges that this poses for traditional players across the gas industry in the region, as it has been made clear that gas has a limited future in the EU unless it can show how it will contribute to achieving a net zero emissions target by 2050. We now examine the strategy of a specific country, the Netherlands, which relies more on natural gas than any other country in the EU but which has embarked on an energy transition intended to lead to a complete phaseout of unabated natural gas consumption and production by 2050. This provides an excellent case study of the challenges, risks and costs that will be faced by the gas industry as a whole in the EU over the next three decades.

The prospects for natural gas in the Netherlands changed dramatically between 2012 and 2018 due to rising concerns over climate change and induced earthquakes in the gas-producing province of Groningen, leading to a shift in policy focus from financial to environmental and safety concerns. In October 2017 the newly elected government adopted ambitious greenhouse gas emission reduction targets implying that consumption of unabated natural gas must cease completely by 2050. In March 2018 the government announced that production from the giant Groningen field, for over 50 years the mainstay of Dutch gas production, will be phased out as quickly as possible and no later than 2030.

At the instigation of the government, civil society organisations negotiated a detailed Climate Accord which indicates how the government-set greenhouse gas emission reduction targets in five economic sectors (electricity, industry, built environment, transport and agriculture) are to be reached. The final version of the Climate Accord, which entails a complete conversion from gas-fired to ‘sustainable heating’ of all buildings in the Netherlands, 100 per cent renewable power production, and a conversion to ‘sustainable’ (net zero emission) industrial heating processes by 2050 (with intermediate targets for 2030), was sent to Parliament in June 2019.

Despite the political consensus on climate policy goals, and the speedy realisation of a Climate Accord, there is still a great deal of uncertainty as to what shape the energy transition in the Netherlands will take. Progress has been slow, particularly in the buildings sector and industry, and surrounded by controversy. It is also unclear to what extent the Dutch energy system will be electrified, and what role there will be for hydrogen.

In response to the political and public opposition to natural gas, the Dutch gas industry developed a strategy based on the continued use of ‘molecules’ in the energy system in the form of ‘sustainable gases’ (hydrogen, biogas, biomethane). In this system it sees a future role for itself as a producer, trader and transporter of sustainable gases, while developing new activities in areas in line with its expertise, such as offshore energy activities, ‘deep’ geothermal, transport and storage of CO2, and construction of district heating networks. For most of these alternative activities, the industry prepared ‘roadmaps’ in 2017 and 2018, but to date few concrete projects have been undertaken and it is unclear whether the industry will succeed in its self-imposed transformation.

We conclude that, although the Dutch gas industry has responded proactively to the challenges with which it is confronted and the goal to phase out natural gas faces technical, political and economic limitations, the transition to a zero-emission energy system is likely to continue and could represent a serious threat to the future of the Dutch gas industry.

 

Full paper on the OIES site (Oxford Institute for Energy Studies)

 

Posted in Geen categorie | Leave a comment

Investeerders in schalieolie begeven zich naar de uitgang

Energeia, 29-7-2019

In de Nederlandse media leest men meer over zon en wind dan over olie en gas. En in zekere zin is dat begrijpelijk: olie en gas mogen dan het heden hebben, maar zon en wind hebben de toekomst. Toch? Al die aandacht heeft ertoe geleid dat men er in Nederland soms voetstoots van uitgaat dat technologische vooruitgang en kostendalingen zijn voorbehouden aan de wereld van zon en wind. Dat is niet zo.

De afgelopen tien jaar steeg het aandeel “nieuw duurzaam” (zon en wind) in de wereldwijde primaire energievoorziening van 0 naar ruim 2 procent. In diezelfde tijd steeg het aandeel “nieuw fossiel” (schalieolie en -gas) van 0 naar ongeveer 6 procent. Schalieolie uit de VS zorgde ervoor dat de olieprijzen de laatste 5 jaar rond de 60 dollar per vat lagen en niet rond de 120 dollar, zoals in de 5 jaar daarvoor.

Hoe lang kan schalieolie nog snel doorgroeien?

De olie-industrie heeft over schalieolie altijd gemengde gevoelens gehad. Aan de ene kant is er het respect voor de grote technische prestatie die hier geleverd is; decennia lang werd dit voor onmogelijk gehouden. En is er de trots in de VS dat men met de snel stijgende productie op het punt staat een netto exporteur van olie te worden en niet meer afhankelijk is van een land als Saoedi-Arabië. Energy independence!

Daartegenover staat een unheimisch gevoel: hoe lang kan dit nog goed blijven gaan? Wanneer krijgt de zwaartekracht vat op de als een raket stijgende productie van schalieolie in de VS? Tenslotte is deze industrie als geheel al 10 jaar lang verliesgevend.

Bij de managers van schalieoliebedrijven leek lange tijd het eerste gevoel te overheersen: tot nu toe is alles goed gegaan en verdere technologische vooruitgang zal ons redden. Onderschat nooit de menselijke inventiviteit!

Maar bij de geologen en ingenieurs in het veld komt al geruime tijd vooral het tweede gevoel naar voren bij de AAPG (the American Association of Petroleum Geologists) of de SPE (the Society of Petroleum Engineers). We produceren steeds meer water en gas met de schalieolie mee en die trend zal zich onherroepelijk verder voortzetten. Nieuwe putten in de best producerende gebieden worden op steeds kleiner afstand van bestaande putten geboord, het vermindert de productie met 20 tot 40%, en die trend zal zich onherroepelijk verder voortzetten. Waarom negeert de financiële wereld onze waarschuwingen?

Het sentiment rond schalieolie verslechtert

Dit jaar lijkt de financiële wereld wel met andere ogen tegen schalieolie te gaan aankijken. Het sentiment rond schalieolie is merkbaar verslechterd. De slechte koersontwikkeling van schalieoliebedrijven, niet alleen ten opzichte van de S&P 500 maar met name ook ten opzichte van conventionele oliebedrijven als Shell, springt steeds meer in het oog. Ook onder de grotere schalieolieproducenten was een halvering van de aandeelprijs de laatste 12 maanden niet ongewoon.

De financiering, vooral door middel van high yield obligaties, droogt langzaam op. Verwacht wordt dat die in 2019 de helft zal bedragen van die in voorafgaande jaren. Let wel: wat er in de laatste 12 maanden geboord is bepaalt voor een groot deel wat men op dit moment produceert; de productie in het eerste jaar van een put kan 50 tot 70% van de totale productie bedragen.

Service companies zoals Schlumberger waarschuwen dat er nu minder vraag is naar hun diensten in schalieolie. Bedrijven als Caterpillar waarschuwen dat er minder zware machines verkocht worden in het schalieolie segment.

De groei van de schalieolie productie is de laatste maanden tot stilstand gekomen. Hervat de productiestijging zich nu weer snel of begint de productie werkelijk een plateau te bereiken?

Hoe betrouwbaar zijn de cijfers?

Deze week presenteerde Kayross, een bedrijf gespecialiseerd in de analyse van data betreffende energie, de resultaten van een analyse met satellietdata van producerende putten in de Permian. Zij stellen dat hier alleen in 2018 meer dan 1100 van de dat jaar geboorde putten, ongeveer 20% van het totaal, niet gerapporteerd zijn in de officiële databases. Het betreft hier naar verluid vooral niet of slecht producerende putten van niet beurs genoteerde bedrijven.

Als deze analyse correct is zijn de implicaties groot. Het impliceert dat de werkelijke gemiddelde productie per put lager is dan tot nu toe aangenomen (de door de EIA gerapporteerde productie klopt; wat onderschat wordt is het aantal putten waarmee deze productie bereikt wordt). De gemiddelde kosten per geproduceerde barrel zijn hoger dan geschat. Totale kosten voor producenten zijn onderschat met ongeveer 4 miljard dollar.

Binnen de industrie zijn de reacties tweeledig: Aan de ene kant: ongeloof; dit kan toch niet waar zijn. Aan de andere kant: dit is een serieus bedrijf met analisten met een grote reputatie (waaronder een voormalig president van Schlumberger Business Consulting en een voormalig chief oil analyst van de IEA). In een non-executive rol zijn zwaargewichten als Andrew Gould (ex BG) en Lord Brown (ex BP) bij dit bedrijf betrokken; zij verbinden zich niet aan een bedrijf dat onzinverhalen verkoopt.

Dit alles zou een verklaring kunnen zijn waarom de officiële cijfers van de EIA lange tijd nog steeds een lichte stijging van de productiviteit per put lieten zien terwijl veel signalen uit het veld erop wijzen dat er een plateau is bereikt of zelfs een lichte daling is ingezet. Het zou er ook op kunnen duiden dat de gerapporteerde raadselachtige grote stijging van de DUC’s (drilled and uncompleted wells) in werkelijkheid niet, of slechts in beperkte mate, heeft plaats gevonden. Waarom zou een industrie met cash flow problemen een groot aantal half klare producten (putten die wel geboord maar nog niet gefrackt zijn) lange tijd op de plank laten liggen?

Investeerders begeven zich naar de uitgang

Investeerders begeven zich nu naar de uitgang. Wordt dat een zich ordelijk terugtrekken en een gestaag doordruppelen van faillissementen van de zwakke broeders onder de schalieolieproducenten, zoals dat al enige jaren aan de gang is? Of raakt men in paniek en wordt het rennen naar de uitgang? In dat laatste geval: riemen vast!

Posted in Geen categorie | Leave a comment