Scenario’s voor de energietransitie

Energeia, 30-10-2019

Voorspellingen lopen het risico vast te zitten aan ons huidige wereldbeeld. In werkelijkheid zal onze kijk op de wereld, en de manier waarop wij met de wereld omgaan, diepgaand veranderen met de tijd. Veel dingen waarvan wij impliciet aannemen dat ze vanzelfsprekend zijn die zijn dat helemaal niet. Scenario’s zijn een manier zijn om ons te bevrijden van het keurslijf van ons wereldbeeld.

Alle grote olie- en gasbedrijven ontwikkelen scenario’s, veelal voor een termijn van 20 of 30 jaar. Het is geen toeval dat die termijn vergelijkbaar is met de levensduur van een olieveld wat men al of niet kam gaan ontwikkelen. Maar de Shell scenario’s hebben een zekere reputatie; zij begonnen hiermee als eerste en de scenario’s die Pierre Wack en zijn team rond 1970 produceerden over een mogelijke golf van nationalisaties en de oliecrises die daar op zouden kunnen volgen waren voor het bedrijf van grote waarde.

Een extrapolatie van bestaande ontwikkelingen in de jaren 60 leek totaal niet op wat er in de jaren 70 plaats vond in de oliewereld; een explosie van olieprijzen en het verlies van een groot deel van de assets door nationalisaties. Maar voor het meest waarschijnlijk geachte Shell scenario was dat wel het geval. Waarom zou een beperkt aantal olierijke landen doorgaan met het voor een minimale prijs verkopen van snel groeiende hoeveelheden olie die voor rijke landen essentieel waren en waarvoor geen alternatieve bron aanwezig was? Vroeger of later zouden ze daar mee ophouden.

Klimaatverandering.  Een grote disruptie zoals die in de jaren 70 is zeldzaam. De energietransitie waar we nu aan beginnen, gerelateerd aan de steeds duidelijker wordende klimaatverandering, is de eerstvolgende.

De in 2008 gepubliceerde Scramble en Blueprint scenario’s van Shell, hoe verschillend ook, hadden met elkaar gemeen dat een voortzetting van de business as usual case (steeds meer uitstoot van broeikasgassen door de verbranding van fossiele brandstoffen) als niet realistisch werd gezien. Ooit moest er een ontwikkeling komen zoals die nu plaatsvindt na het verdrag van Parijs; de vraag was niet of maar wanneer. De huidige wereldwijde toename van elektrische auto’s komt vrijwel exact overeen met die in deze scenario’s.

Scenario’s kunnen ontaarden in een grabbelton van allerlei ideeën. Zinvoller is het als zij een beperkt aantal centrale thema’s definiëren. Scramble stelde zich een wereld voor waarbij nationale belangen de overhand houden; Blueprint een wereld waarin samenwerking tussen landen werkelijk van de grond komt. Voor het eerst werd ook de hoop uitgesproken dat een bepaald scenario, in dit geval Blueprint, zou prevaleren.

Het klopt dat Shell toen niet gelijk is begonnen met grootschalige investeringen in electricity retail of offshore wind. Voorlopen op de maatschappij valt voor een groot privaat bedrijf buiten de beleidsrealiteit. Achterlopen net zo goed. Maar dat een bedrijf als Shell het sinds ongeveer 10 jaar rustig aan doet met investeringen in het zoeken naar nieuwe velden is een anticiperen op een naderende, en relatief snelle, energietransitie. ExxonMobil ging (en gaat) uit van een langzamer energietransitie en kende deze terughoudendheid in de investeringen in nieuwe velden niet.

Waarom doen overheden dit niet?  Zou de overheid ook niet dit soort lange termijn scenario’s moeten maken? Hoe waardevol het klimaatakkoord ook is; het is een roadmap die sterk leunt op wat er nu mogelijk is en waarin Nederland het centrum van de wereld lijkt. Geen oorlogsplan overleeft het contact met de vijand.

Hoe het energiesysteem van de toekomst er ook gaat uitzien, het lijkt me aannemelijk dat er een grootschalig internationaal transport van energiedragers zal zijn. Een land als Australië kan de huidige aardgasproductie vervangen door de productie van waterstof met renewables en die naar China of Japan exporteren. Een land als Noorwegen kan aansturen op een grootschalige opslag van CO2 in aquifers.

Het enthousiasme over de prijsdalingen van elektriciteit uit zon en wind maskeert soms dat we totaal niet op weg zijn richting 1,5 of 2 graden en dat de nationale toezeggingen van vele landen, volgend op het Parijse akkoord, weinig betekenisvol zijn. De Europese landen zijn hier de uitzondering. Het lijkt dan ook onvermijdelijk dat het klimaat de komende 30 jaar één of meerdere tipping points zal bereiken qua ijskappen of circulatiepatronen in atmosfeer of oceanen. De vraag is niet zozeer of, maar wanneer, en welke. Zal dit een nog sterkere backlash geven tegen olie- en gasbedrijven?

Accepteren mensen die deel uitmaken van een oude economie dat hun verdienmodel de nek om wordt gedraaid? Een grotere polarisatie, tussen mensen en tussen landen, is een reëel scenario. Hoe gaan we om met de landen die niet of nauwelijks meedoen met de strijd tegen klimaatverandering?

Het is zinvol dat wij gaan nadenken over mogelijke scenario’s – om beter voorbereid de toekomst in te gaan. Gaat geoengineering plaats vinden in internationaal verband of hakt een land als China zelf die knoop door? De wereld in 2050 zal er anders uitzien dan wij nu verwachten. Of zelfs ook maar voor kunnen stellen.

Posted in Geen categorie | Leave a comment

Wat men over Groningen niet hardop zegt

Energeia, 30-9-2019

Het seismische risico is op dit moment in Loppersum vergelijkbaar aan dat in Wenen, zo stelt minister Wiebes in een uitgelekte brief aan een aantal burgemeesters. Hij had ook Roermond als voorbeeld kunnen gebruiken. Of Brussels. Of Bern.

Dat zoiets verbazing wekt geeft aan hoezeer perceptie en werkelijkheid uit elkaar zijn komen te liggen als het om aardbevingen in Groningen gaat. Maar opmerkelijk is ook dat hij deze uitspraak niet in het openbaar doet. Had hij dit in het achterhoofd toen hij zich ooit “bevinkje” liet ontglippen?

De ruim 2000 schademeldingen in 2012, na Huizinge, betroffen voor een groot deel schade door die beving. Er was een duidelijke correlatie tussen de locaties van de schademeldingen en de locatie van deze beving, de grootste tot nu toe.

De ongeveer 40000 schademeldingen in 2015 en 2016, jaren waarin de vrijgekomen seismische energie een fractie was van die in 2012, hadden voor een groot deel weinig of niets met bevingen te maken. Hun locatie vertoonde geen enkele correlatie met de sterkste bevingen in die jaren – of met een eerdere, veel sterkere beving zoals Huizinge. Maximale grondbewegingen door bevingen waren op veel plaatsen kleiner dan die door andere oorzaken zoals verkeer of werkzaamheden.

Dat betekent niet dat deze meldingen geen schade betroffen. Het is alleen vaak schade gerelateerd aan slechte funderingen, onregelmatige zettingen en variaties in het grondwaterpeil. Aan dat laatste draagt de gaswinning zeker bij – al is het ook niet de enige component.

Aardbevingen zijn een overschatte oorzaak van schades in Groningen, variaties in het grondwaterpeil een onderschatte. Veel aardwetenschappers en ingenieurs die zich hiermee bezig houden zijn zich daar ook best van bewust maar passen er voor dit in te brengen in de publieke discussie – gezien de gespannen atmosfeer rondom deze problematiek. De minister is niet de enige die soms niet het achterste van de tong laat zien in dit dossier.

Voor de schadeafhandeling maakt dat, gezien de omkering van de bewijslast, niet uit. Bewijzen dat de gaswinning niet op zijn minst bijdraagt aan een schade is veelal onmogelijk. Dat mag dan op papier rechtvaardig lijken; in de praktijk heeft het geleid tot een uitermate moeizaam systeem waarin de juridische en een beste (maar zeer onzekere) schatting van de technische toerekenbaarheid vaak ver uit elkaar liggen. Geld wordt vooral besteed aan overheads, inspecties en het cosmetisch herstellen van scheuren. Een algemene uitkering zoals voorgesteld voor de waardedaling van huizen, gebaseerd op simpele parameters als postcode, lijkt voor alle partijen een betere oplossing.

Met het door de dalende gasproduktie snel afnemende seismische risico is een grootschalige versterkingsoperatie zinloos geworden. Het aantal huizen dat niet aan de veiligheidsnorm voldoet zal na het stoppen van de gaswinning in 2022 dicht bij nul liggen.

Als men binnen EZK communiceert dat het zo snel mogelijk stoppen met de gasproduktie in Groningen onvermijdelijk zal leiden tot een herijking van de versterkingsoperatie weet de goede verstaander wat er bedoeld wordt. Ook in Wenen of Roermond versterkt men niet. Met de huidige snel kleiner wordende risico’s doorgaan met zo’n versterkingsoperatie is eerder een verkrampte poging tot wiedergutmachung dan een zinvolle bijdrage aan het welzijn van de mensen in Groningen. Of willen we gaan versterken enkel en alleen omdat dat vroeger in de lijn der verwachtingen lag?

Wetenschappers én bestuurders zijn terughoudend geworden om te zeggen wat er werkelijk aan de hand is in Groningen – uit angst om tegen het zere been van sommige Groningers te schoppen en de publiciteit en electorale consequenties die dat met zich meebrengt. Als we draagvlak willen verkrijgen voor verstandig en rationeel beleid is het nodig dat perceptie en werkelijkheid dichter bij elkaar komen te liggen. Met het niet duidelijk communiceren over wat er in Groningen speelt is niemand gebaat.

Gaat dit ooit veranderen? Wie weet. Dat het vervangen van Groningen gas door Russisch gas en LNG (met een 25-30% hogere carbon footprint) een substantiële verhoging betekent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen door Nederlandse activiteiten is ondertussen iets dat men wél hardop durft te zeggen.

De Nederlandse versie van het rapport dat ik met Lucia van Geuns schreef over Groningen (Groningen gas: het verlies van een license to operate) voor de Haagse denktank HCSS kan men hier downloaden.

Posted in Geen categorie | Leave a comment

De energietransitie als greep naar de macht

Energeia, 2-9-2019

Energie-Wende: Wachstum und Wohlstand ohne Erdöl und Uran. Het lukte me recent dit boek uit 1980 te bemachtigen. Het boek heeft geschiedenis geschreven: het introduceerde de term Energiewende. Het biedt een fascinerend beeld hoe alternatief Duitsland in die tijd tegen energie aankeek.

Het woord klimaatverandering komt in het boek niet voor. Ook aan milieuvervuiling werd nauwelijks aandacht besteed. De nadruk lag op zelfvoorzienendheid. Het energiesysteem waar men naar toe wilde was gebaseerd op een mix van kolen, zon/wind en biobrandstoffen. Zon en wind moesten niet door grote bedrijven geproduceerd worden maar door kleine, lokale, burgerinitiatieven. De afkeer van het kapitalisme loopt als een rode draad door het boek.

Centraal stond de strijd tegen nucleair. Kernenergie werd gezien als exponent van een kapitalistische technocratie waarin slechts plaats was voor grootschalige oplossingen. Daarnaast werd kernenergie gezien als gevaarlijk. Op de achtergrond speelde dat het bestaan van nucleaire wapens, en de reële mogelijkheid van een totale vernietigingsoorlog, door velen in die tijd gezien werd als het grootste probleem op aarde. De risico’s verbonden aan kernwapens straalden af op het vreedzame gebruik van kernenergie.

Op de tweede plaats kwam de strijd tegen olie. Olie stond voor twee dingen: multinationals (het meest onsympathieke gezicht van het kapitalisme) en Saoedi-Arabië. In de jaren 70 was de olieprijs gestegen van ongeveer 2 naar 40 dollar per vat; iets dat toen grote economische gevolgen had. Het afhankelijk worden van autocratische regeringen, die in snel tempo puissant rijk werden, maakte grote indruk.

Frappant is dat deze beweging er in slaagde in 30 jaar de hearts and minds van een meerderheid van de Duitsers te veroveren. In 2011 werd de uiteindelijke beslissing tot de Atomausstieg door de indertijd centrum rechtse regering van Angela Merkel genomen. De afkeer van kernenergie werd breed gedragen; van rechts tot links in het politieke spectrum. Het is het verlies aan maatschappelijke acceptatie dat leidde tot de Atomausstieg. Fukushima was slechts een welhaast welkome aanleiding.

Frappant is ook dat in die 30 jaar de Energiewende zich maar langzaam aanpaste aan de veranderende omstandigheden waarbij klimaatverandering het centrale probleem werd. Men bleef vasthouden aan een aantal specifieke kenmerken: de afkeer van nucleair, de tolerantie voor kolen en de voorkeur voor kleinschaligheid en lokale initiatieven.

De stelling dat niet vast staat dat de huidige opwarming van de aarde (vrijwel) geheel door menselijk ingrijpen komt is simpelweg onjuist. De stelling dat er, onder het mom van de energietransitie, ons soms ook een aantal andere politieke keuzes worden opgedrongen is echter zo gek nog niet.

Ik ben voor een energietransitie in engere zin waarbij het gaat om het eigenlijke probleem: het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. Daar moeten we eerder meer dan minder aan doen; voorlopig zijn we op weg naar een wereld die ongeveer 3 graden opwarmt. Om dit te voorkomen zullen we onze levensstijl fundamenteel moeten veranderen

Waar ik huiverig voor ben is de energietransitie als greep naar de macht en het aan boord van het energietransitieschip smokkelen van allerlei andere dingen (zoals dat in Duitsland gedaan is):

– het gaat niet om een irrationele hobby als een afkeer van kernenergie. Er kunnen heel goede redenen zijn om op korte termijn niet te veel in te zetten op kernenergie maar dat zijn vooral commerciële redenen.

– het gaat niet om een “rechtvaardiger samenleving” en het “failliet van het kapitalisme”. Dat er bij te betrekken leidt eerder tot een vermindering dan een vermeerdering van het draagvlak.

– het gaat niet om kleinschaligheid. Niks mis met kleinschaligheid maar ons gebruik aan energie is zo groot dat alleen grootschalige oplossingen echt zoden aan de dijk kunnen zetten.

– het gaat niet om duurzaamheid en de eindigheid van fossiele brandstoffen. Kolen kan nog vele eeuwen mee en de resterende reserves aan olie en gas zijn sinds 1980 alleen maar groter geworden (ondanks alle productie).

– het gaat niet om afhankelijkheid van landen als Rusland en Saoedi-Arabië. Een wijde verspreiding van reserves en technologische vooruitgang beperken hun macht.

Ik ben voor een breed scala van oplossingen: zon, wind, nucleair, CCS, etc. Wij kunnen het ons niet permitteren kieskeurig te zijn of veel energie te besteden aan het tegenwerken van andermans oplossingen.

Wij moeten van broeikasgas los. Dat kan betekenen: wij moeten van aardgas los. Dat hoeft niet (altijd). Blauwe waterstof is voor het klimaat net zo acceptabel als groene waterstof. Vooralsnog veel meer haalbaar en commercieel veel aantrekkelijker.

 

 

Posted in Geen categorie | 4 Comments

The great Dutch gas transition

Karel Beckman and Jilles van den Beukel

OIES (Oxford Institute of Energy Studies), July 2019

Introduction

The Natural Gas Programme at OIES has produced a significant amount of research over the past three years on the issue of the decarbonisation of the gas sector in Europe. We have highlighted the challenges that this poses for traditional players across the gas industry in the region, as it has been made clear that gas has a limited future in the EU unless it can show how it will contribute to achieving a net zero emissions target by 2050. We now examine the strategy of a specific country, the Netherlands, which relies more on natural gas than any other country in the EU but which has embarked on an energy transition intended to lead to a complete phaseout of unabated natural gas consumption and production by 2050. This provides an excellent case study of the challenges, risks and costs that will be faced by the gas industry as a whole in the EU over the next three decades.

The prospects for natural gas in the Netherlands changed dramatically between 2012 and 2018 due to rising concerns over climate change and induced earthquakes in the gas-producing province of Groningen, leading to a shift in policy focus from financial to environmental and safety concerns. In October 2017 the newly elected government adopted ambitious greenhouse gas emission reduction targets implying that consumption of unabated natural gas must cease completely by 2050. In March 2018 the government announced that production from the giant Groningen field, for over 50 years the mainstay of Dutch gas production, will be phased out as quickly as possible and no later than 2030.

At the instigation of the government, civil society organisations negotiated a detailed Climate Accord which indicates how the government-set greenhouse gas emission reduction targets in five economic sectors (electricity, industry, built environment, transport and agriculture) are to be reached. The final version of the Climate Accord, which entails a complete conversion from gas-fired to ‘sustainable heating’ of all buildings in the Netherlands, 100 per cent renewable power production, and a conversion to ‘sustainable’ (net zero emission) industrial heating processes by 2050 (with intermediate targets for 2030), was sent to Parliament in June 2019.

Despite the political consensus on climate policy goals, and the speedy realisation of a Climate Accord, there is still a great deal of uncertainty as to what shape the energy transition in the Netherlands will take. Progress has been slow, particularly in the buildings sector and industry, and surrounded by controversy. It is also unclear to what extent the Dutch energy system will be electrified, and what role there will be for hydrogen.

In response to the political and public opposition to natural gas, the Dutch gas industry developed a strategy based on the continued use of ‘molecules’ in the energy system in the form of ‘sustainable gases’ (hydrogen, biogas, biomethane). In this system it sees a future role for itself as a producer, trader and transporter of sustainable gases, while developing new activities in areas in line with its expertise, such as offshore energy activities, ‘deep’ geothermal, transport and storage of CO2, and construction of district heating networks. For most of these alternative activities, the industry prepared ‘roadmaps’ in 2017 and 2018, but to date few concrete projects have been undertaken and it is unclear whether the industry will succeed in its self-imposed transformation.

We conclude that, although the Dutch gas industry has responded proactively to the challenges with which it is confronted and the goal to phase out natural gas faces technical, political and economic limitations, the transition to a zero-emission energy system is likely to continue and could represent a serious threat to the future of the Dutch gas industry.

 

Full paper on the OIES site (Oxford Institute for Energy Studies)

 

Posted in Geen categorie | Leave a comment

Investeerders in schalieolie begeven zich naar de uitgang

Energeia, 29-7-2019

In de Nederlandse media leest men meer over zon en wind dan over olie en gas. En in zekere zin is dat begrijpelijk: olie en gas mogen dan het heden hebben, maar zon en wind hebben de toekomst. Toch? Al die aandacht heeft ertoe geleid dat men er in Nederland soms voetstoots van uitgaat dat technologische vooruitgang en kostendalingen zijn voorbehouden aan de wereld van zon en wind. Dat is niet zo.

De afgelopen tien jaar steeg het aandeel “nieuw duurzaam” (zon en wind) in de wereldwijde primaire energievoorziening van 0 naar ruim 2 procent. In diezelfde tijd steeg het aandeel “nieuw fossiel” (schalieolie en -gas) van 0 naar ongeveer 6 procent. Schalieolie uit de VS zorgde ervoor dat de olieprijzen de laatste 5 jaar rond de 60 dollar per vat lagen en niet rond de 120 dollar, zoals in de 5 jaar daarvoor.

Hoe lang kan schalieolie nog snel doorgroeien?

De olie-industrie heeft over schalieolie altijd gemengde gevoelens gehad. Aan de ene kant is er het respect voor de grote technische prestatie die hier geleverd is; decennia lang werd dit voor onmogelijk gehouden. En is er de trots in de VS dat men met de snel stijgende productie op het punt staat een netto exporteur van olie te worden en niet meer afhankelijk is van een land als Saoedi-Arabië. Energy independence!

Daartegenover staat een unheimisch gevoel: hoe lang kan dit nog goed blijven gaan? Wanneer krijgt de zwaartekracht vat op de als een raket stijgende productie van schalieolie in de VS? Tenslotte is deze industrie als geheel al 10 jaar lang verliesgevend.

Bij de managers van schalieoliebedrijven leek lange tijd het eerste gevoel te overheersen: tot nu toe is alles goed gegaan en verdere technologische vooruitgang zal ons redden. Onderschat nooit de menselijke inventiviteit!

Maar bij de geologen en ingenieurs in het veld komt al geruime tijd vooral het tweede gevoel naar voren bij de AAPG (the American Association of Petroleum Geologists) of de SPE (the Society of Petroleum Engineers). We produceren steeds meer water en gas met de schalieolie mee en die trend zal zich onherroepelijk verder voortzetten. Nieuwe putten in de best producerende gebieden worden op steeds kleiner afstand van bestaande putten geboord, het vermindert de productie met 20 tot 40%, en die trend zal zich onherroepelijk verder voortzetten. Waarom negeert de financiële wereld onze waarschuwingen?

Het sentiment rond schalieolie verslechtert

Dit jaar lijkt de financiële wereld wel met andere ogen tegen schalieolie te gaan aankijken. Het sentiment rond schalieolie is merkbaar verslechterd. De slechte koersontwikkeling van schalieoliebedrijven, niet alleen ten opzichte van de S&P 500 maar met name ook ten opzichte van conventionele oliebedrijven als Shell, springt steeds meer in het oog. Ook onder de grotere schalieolieproducenten was een halvering van de aandeelprijs de laatste 12 maanden niet ongewoon.

De financiering, vooral door middel van high yield obligaties, droogt langzaam op. Verwacht wordt dat die in 2019 de helft zal bedragen van die in voorafgaande jaren. Let wel: wat er in de laatste 12 maanden geboord is bepaalt voor een groot deel wat men op dit moment produceert; de productie in het eerste jaar van een put kan 50 tot 70% van de totale productie bedragen.

Service companies zoals Schlumberger waarschuwen dat er nu minder vraag is naar hun diensten in schalieolie. Bedrijven als Caterpillar waarschuwen dat er minder zware machines verkocht worden in het schalieolie segment.

De groei van de schalieolie productie is de laatste maanden tot stilstand gekomen. Hervat de productiestijging zich nu weer snel of begint de productie werkelijk een plateau te bereiken?

Hoe betrouwbaar zijn de cijfers?

Deze week presenteerde Kayross, een bedrijf gespecialiseerd in de analyse van data betreffende energie, de resultaten van een analyse met satellietdata van producerende putten in de Permian. Zij stellen dat hier alleen in 2018 meer dan 1100 van de dat jaar geboorde putten, ongeveer 20% van het totaal, niet gerapporteerd zijn in de officiële databases. Het betreft hier naar verluid vooral niet of slecht producerende putten van niet beurs genoteerde bedrijven.

Als deze analyse correct is zijn de implicaties groot. Het impliceert dat de werkelijke gemiddelde productie per put lager is dan tot nu toe aangenomen (de door de EIA gerapporteerde productie klopt; wat onderschat wordt is het aantal putten waarmee deze productie bereikt wordt). De gemiddelde kosten per geproduceerde barrel zijn hoger dan geschat. Totale kosten voor producenten zijn onderschat met ongeveer 4 miljard dollar.

Binnen de industrie zijn de reacties tweeledig: Aan de ene kant: ongeloof; dit kan toch niet waar zijn. Aan de andere kant: dit is een serieus bedrijf met analisten met een grote reputatie (waaronder een voormalig president van Schlumberger Business Consulting en een voormalig chief oil analyst van de IEA). In een non-executive rol zijn zwaargewichten als Andrew Gould (ex BG) en Lord Brown (ex BP) bij dit bedrijf betrokken; zij verbinden zich niet aan een bedrijf dat onzinverhalen verkoopt.

Dit alles zou een verklaring kunnen zijn waarom de officiële cijfers van de EIA lange tijd nog steeds een lichte stijging van de productiviteit per put lieten zien terwijl veel signalen uit het veld erop wijzen dat er een plateau is bereikt of zelfs een lichte daling is ingezet. Het zou er ook op kunnen duiden dat de gerapporteerde raadselachtige grote stijging van de DUC’s (drilled and uncompleted wells) in werkelijkheid niet, of slechts in beperkte mate, heeft plaats gevonden. Waarom zou een industrie met cash flow problemen een groot aantal half klare producten (putten die wel geboord maar nog niet gefrackt zijn) lange tijd op de plank laten liggen?

Investeerders begeven zich naar de uitgang

Investeerders begeven zich nu naar de uitgang. Wordt dat een zich ordelijk terugtrekken en een gestaag doordruppelen van faillissementen van de zwakke broeders onder de schalieolieproducenten, zoals dat al enige jaren aan de gang is? Of raakt men in paniek en wordt het rennen naar de uitgang? In dat laatste geval: riemen vast!

Posted in Geen categorie | Leave a comment

Shale versus Shell

Shale versus Shell

Wie zwicht er het eerst?

Energeia, 26-6-2019

Shale

De producenten van schalieolie in de VS bevinden zich financieel in zwaar weer. Winst is er tot nu toe, voor deze industrie als geheel, niet gemaakt. Er is veel geld geleend en de financieringslasten lopen langzaam op. Voor een hogere rente zijn deze bedrijven net zo benauwd als voor lagere olieprijzen. De animo onder investeerders om meer geld in deze industrie te pompen neemt langzaam maar zeker af.

Er vindt hier dan ook een consolidatieslag plaats. Het grootste wapenfeit tot nu toe was de overname van Anadarko door Occidental voor 56 miljard dollar. Nu het grootste deel van de technische vooruitgang bij de winning van schalieolie achter de rug ligt, lijkt de beste mogelijkheid om de kosten verder omlaag te brengen het verkrijgen van zo groot mogelijke aaneengesloten licenties die het beste startpunt vormen voor de fabrieksmatige aanpak bij het produceren van schalieolie. Daarnaast kan het opereren van de gehele keten (productie, pijpleidingen én raffinaderijen) extra waarde opleveren.

De majors zoals Shell en BP hebben geen technische voorsprong op de niche schalieolie producenten; sommige van hen hebben dat in het verleden op pijnlijke wijze ondervonden. Maar zij hebben wel de financiële slagkracht om de grote investeringen te doen die in deze consolidatiefase nodig zijn om de kosten verder omlaag te brengen. Zij moeten hun nieuwe olie ergens vandaan halen en het effect van de relatief lage investeringen in conventionele olie van de laatste 5 jaar is niet zomaar ongedaan gemaakt.

Shell

Shell heeft het de afgelopen jaren financieel goed gedaan. De cash flow van Shell is nu de hoogste van de majors; hoger dan die van grote concurrent ExxonMobil. Met name downstream en integrated gas deden het goed de afgelopen jaren. Wat lijkt 2016, toen er twijfels waren over de houdbaarheid van het dividend, al weer lang geleden.

Er is echter ook een keerzijde van de medaille. De relatief hoge cash flow was ook gerelateerd aan de relatief lage investeringen in nieuwe olieproductie. Olie is een segment dat binnen Shell niet onder het kopje groei valt maar onder het kopje cash cow. Tesamen met de matige resultaten in exploratie (het zoeken naar nieuwe velden) zorgde dat voor dalende oliereserves. De verhouding tussen bewezen oliereserves en jaarlijke productie is nu gedaald tot een historisch laag niveau van 6.

Ter vergelijking: voor ExxonMobil ligt deze verhouding op 14. Het gemiddelde voor de majors ligt rond de 10. Daarmee lijkt Shell voor te sorteren op een snelle energietransitie (maar wel een waarbij gas een belangrijke rol speelt als fossiele transitie brandstof) en lijkt ExxonMobil voor te sorteren op een langzame energietransitie.

Wie zwicht er het eerst?

Maar wat als die snelle energietransitie er niet komt? Want laten we wel zijn: de energietransitie was er tot nu toe een van ambities; niet van resultaten. Wereldwijd stijgt de olievraag steeds verder door. De bij de recente strategy update aangekondigde investeringsplannen van Shell illustreerden nog eens hoe groot voorlopig de investeringen aan de fossiele kant zijn en hoe klein de investeringen in New Energies, alle ambities ten spijt.

De recente gesprekken met Endeavor, een van de grotere overname kandidaten onder de schalieolie bedrijven in de VS, liepen voorlopig op niets uit. Toch lijkt het voor Shell geen optie te zijn om de relatief geringe activiteiten in schalieolie niet te gaan uitbreiden. Het heeft niet de luxe van Total, de enige van de majors die schalieolie vrijwel geheel links laat liggen, met bewezen oliereserves van ruim 10 keer de jaarlijkse productie.

Daarmee lijken zowel de schalieolie producenten in de VS als Shell voorlopig een afwachtende houding aan te nemen. De schalieolie producenten wachten tot een dalende olieproductie Shell echt pijn begint te doen. En Shell wacht erop totdat de financiële situatie van mogelijke VS schalieolie overname kandidaten dermate nijpend begint te worden dat hun prijs gaat zakken. Bij de huidige vraagprijs klopt het financiële plaatje niet voor Shell. Shale versus Shell: wie zwicht er het eerst?

 

Posted in Geen categorie | Leave a comment

Laat goedkoop gas kolen eruit werken

Energeia, 28-5-2019

De afgelopen jaren was er veel kritiek op het klimaatbeleid van president Trump. Dat was terecht. Het opzeggen van het klimaatverdrag van Parijs of het terugdraaien van maatregelen om methaanemissies tegen te gaan zijn niet te verdedigen.

Dat desondanks de uitstoot van broeikasgassen zich de laatste 5 jaar in de VS beter ontwikkelde dan in de EU geeft stof tot nadenken. De reden is vooral dat gas, met een veel lagere CO2 uitstoot, hier kolen in een relatief snel tempo verdreef. Niet dankzij maar ondanks het beleid van Trump.

Goedkoop schaliegas concurreert kolen geleidelijk aan weg in de VS. Dat gas is blijvend goedkoop. De hoeveelheid schaliegas in de VS is praktisch onuitputtelijk en de kosten om het uit de grond te halen worden alleen maar lager.

Kan zoiets zich in de EU herhalen? Schaliegas wordt het niet hier en dat ligt niet alleen aan het verzet van NGO’s maar ook aan geologie, kosten niveaus en de grote footprint van de winning van schaliegas die in dichtbevolkt West Europa moeilijk voorstelbaar is.

Maar voor goedkoop gas is schaliegas helemaal niet nodig. Op de meeste plekken in de wereld is conventioneel gas veel goedkoper dan schaliegas om te produceren. Dat gas wordt steeds meer als LNG (vloeibaar gas) de wereld rond gevaren en wordt steeds vaker op spot markets verhandeld in plaats van via lang lopende contracten. Ook hier dalen de kosten.

De afgelopen jaren kwam er steeds meer LNG op de markt. Het afgelopen half jaar daalden de gasprijzen op de spot markets in de EU en Azië met zo’n 40%. De vraag in Azië groeit snel maar kan het toenemende aanbod nu niet meer bijbenen. Afgelopen winter werden er steeds meer LNG tankers die normaal naar Azië zouden gaan richting Europa gestuurd. Europa werd daarmee de swing consumer voor gas. De gasprijzen zijn hier nu weer op het niveau waarop gas kolen verdringt, puur om commerciële redenen.

Ondertussen komen er nieuwe Russische pijpleiding projecten aan: Nordstream2 en Turkstream naar Europa en de Power of Siberia naar China. Goedkoop gas om deze pijpleidingen te kunnen vullen hebben de Russen meer dan genoeg; zij hebben de grootste gasreserves ter wereld. Europa zou wel eens het slagveld kunnen worden waar Russisch gas het uitvecht met een aanvoer van LNG vanuit allerlei plekken op de wereld.

Nordstream2, dat nu gebouwd wordt op kosten van Gazprom, is voor de EU zo gek nog niet. Afhankelijkheid van Russisch gas is geen probleem als je een alternatief hebt. En dat hebben we met LNG; meer dan vroeger.

Lage kosten voor gas kunnen in Europa, net als in de VS, kolen eruit werken. Laten we dat niet onnodig moeilijk maken door bij voorbeeld iets als Nordstream2 te gaan tegenwerken. Puur op basis van de markt kan onze elektriciteitsproduktie nu snel verder convergeren naar een mix van renewables en gas. Met wat kerncentrales die we zo lang mogelijk door laten draaien. Met een snelle groei van renewables die wel hun backup, in de vorm van gas, nodig hebben. Niet de perfecte oplossing op de lange termijn maar wel een goede op de korte en middellange termijn.

Ons energiebeleid hoeft niet alleen gebaseerd te worden op fraaie vergezichten voor 2050. Laat de dominee met zijn klimaatbijbel in de hand nu profiteren van de mogelijkheden die de gaskoopman op de markt hem biedt. Zijn liefde voor het klimaat heeft toch wel de overhand op zijn antipathie tegen olie- en gasproducenten?

Posted in Geen categorie | Leave a comment