De groeiende rol van private equity op de Noordzee

Energeia, 1-4-2019

Shell, BP en ExxonMobil trekken zich geleidelijk aan terug uit de olie- en gasproductie op de Noordzee. Stijgende kosten voor oudere velden en een beperkte scope voor het vinden van nieuwe velden betekenen dat een gebied als de Noordzee (Noorwegen niet mee gerekend) niet meer goed scoort in een wereldwijde ranking van hun portfolio’s. Het uitmelken van oudere assets tegen minimale kosten is niet de specialiteit van de majors. Het klimaat voor olie- en gasproducenten in West Europa, voorloper op het gebied van de energietransitie, is sowieso niet goed.

De meer succesvolle exploranten in het zoeken naar nieuwe velden op de Noordzee waren de laatste 2 decennia kleinere bedrijven zoals Lundin in Noorwegen of Nexen in het Verenigd Koninkrijk. Geologen die al 10 of 20 jaar niets anders doen dan zich bezig houden met de Jurassic of de Chalk in de Noordzee vind je niet gauw meer bij de majors. Eerder bij deze kleinere niche bedrijven.

Behalve de majors is er nog een andere groep bedrijven die zich hier terugtrekken: utilities zoals Engie, RWE, Bayerngas, Nuon en hoe zij ook mogen heten. Ooit besloten zij dat het zin had om een gedeelte van het gas dat zij in Europa verkochten ook zelf te gaan produceren. Net zo massaal als zij er ooit instapten zijn ze er de afgelopen jaren, met het oog op de komende energietransitie in Europa, weer uitgestapt – soms na een substantiële financiële afschrijving.

Wie stappen er in dit gat? Wintershall is een relatief succesvolle producent met een blijvende focus op de Noordzee. Equinor blijft trouw aan Noorwegen. Er is één van de majors die zich niet terug trekt uit de Noordzee: Total. Zij exploreren actief in de 2 gebieden in het Verenigd Koninkrijk met het meeste resterende potentieel: West of Shetland en de HPHT (high pressure, high temperature) play in de Central Graben.

Toen de Maersk groep in 2017 besloot hun olie en gas dochter te verkopen was Total de koper. Hun Deense offshore olieproductie uit de Chalk (kalksteen) van ruim 100,000 vaten per dag is nog steeds substantieel. De Deense kennis op het gebied van Chalk is voor Total in het Midden Oosten van grote waarde. Hoe het de Denen zal bevallen onder een Frans regime is een ander verhaal…

Maar de meest interessante ontwikkeling is wel de snel groter wordende rol van private equity in de Noordzee. Chrysaor werd met de overname in 2017 voor 3,8 miljard dollar van een pakket assets van Shell een van de grotere spelers op de Noordzee. Neptune nam voor 4,7 miljard euro in 2018 de assets van Engie over. Het is nu de grootste offshore operator in Nederland. De private equity bedrijven die hen financieren (EIG voor Chrysaor, Carlyle en CVC voor Neptune) zijn veel minder bekend.

Ook in exploratie spelen zij een steeds grotere rol. Siccar Point Energy (financiers: Blackstone en BWE) heeft de laatste jaren een uitermate interessante portfolio van prospects in het West of Shetland gebied opgebouwd. De combinatie van financiers met diepe zakken, een vermogen om snel te beslissen en de lage olieprijs maakte dat mogelijk. Voor een eventuele ontwikkeling van nieuwe velden hebben zij nu een kapitaalkrachtige non-operating partner opgelijnd: Shell.

Private equity kan een aantrekkelijke financier zijn voor een olie- of gasproducent in de Noordzee. Het mag dan een veeleisende financier zijn, het is ook een ter zake kundige financier die bereid is om countercyclisch te investeren, voor langere tijd. Dat kan beter bevallen dan een beursnotering waar men elk kwartaal opnieuw examen af moet leggen of het omgaan met stakeholders zoals banken en pensioenfondsen die, in hun ijver bij te dragen tot (hun imago van) duurzaamheid, qua investeren in olie en gas steeds meer de rol van krabbende ankers lijken te gaan vervullen.

Hoe zal het private equity in Noordzee olie en gas vergaan? Het laag houden van de prijs bij het overnemen van bestaande assets lukte goed de afgelopen jaren. Vaak slaagde men er in te bedingen dat de verkoper voor een deel verantwoordelijk blijft voor latere abandonment kosten. Het bij elkaar brengen van een kundig management en technisch team dat deze assets efficiënt kan runnen lukt ook best. De vraag is nu: lukt het ooit om deze assets weer door te verkopen tegen een aantrekkelijke prijs?

Bij private equity zal de ambitie er vaak zijn om er na 5 of 10 jaar weer uit te stappen. Focust men tot die tijd op uitmelken of is men bereid te investeren om de productie op peil te houden? Of het een directe verkoop of een beursgang wordt: qua timing mikt men hier op een volgende cyclus van hoge olieprijzen ergens tussen 2020 en 2025. Of die er ook komt is een ander verhaal…

Advertisements
This entry was posted in Geen categorie. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s